discipel4

marckant.be

Tekst en beeld : (C) Marc Meysmans

Geen werk van mensen

Het bouwen van Gods Koninkrijk is in wezen het werk van God zelf. Zijn werk beperkt zich niet tot wat op aarde zichtbaar is maar omvat veel meer. Helpen bouwen aan Zijn Koninkrijk is dus een geestelijke taak. Het vraagt om te handelen naar Goddelijk inzicht en onder Goddelijke leiding. We mogen ons als arbeiders in Zijn bouwplannen laten invoegen.

Het is goed om duidelijk het verschil voor ogen te krijgen tussen het werk dat ontstaat uit een verlangen van mensen en het werk dat de Heer zelf in gang zet. Als we vanuit eigen verlangens wegen uitstippelen en trachten geestelijke werken te doen, dan kan onze overmoed uitlopen op de muur van onze menselijke beperkingen. De bovennatuurlijke kracht van de Heer is er niet aan verbonden. Menselijke werken die pretenderen geestelijk te zijn laten meestal een spoor van verwondingen na. We zoeken dus een andere weg.

We worden in ons groeiproces uitgenodigd om niet zozeer onze eigen waarnemingen als vertrekpunt te nemen, maar om ons oor te luisteren te leggen bij de Hoogste. Wat ligt op Zijn hart (of lever)? Wat staat op Zijn agenda? Wat wil Hij tot stand zien komen? Door dit aandachtig luisteren ontdekken we ongetwijfeld onderwerpen die voordien onopgemerkt bleven. Ook in onze tijd zijn er profeten nodig die Gods agenda beluisteren.

Mensen beluisteren graag hun eigen wensen, en werken nadien hun plannen uit.

Maar wie beluistert God, en vraagt wat Hij zou willen? En wie werkt Zijn plannen uit?

Wanneer we vertrekken vanuit een visie die door de Heer zelf is ingegeven en we laten ons roepen naar de plaats die Hij ons wijst, dan zal dit leiden naar krachtige en heilzame werken.

Ons wordt nu gevraagd om de arbeid niet aan te vatten zoals we dat vanuit onszelf gewoon zijn, volgens onze eigen inzichten en vanuit eigen kracht. Misschien moeten we onze eigen (beperkte) mogelijkheden zelfs even ‘vergeten’ om gehoorzaam mee te kunnen gaan in Zijn opdracht. We worden uitgedaagd om het te proberen met Zijn genade, Zijn Geest en Zijn voorziening in alles wat onderweg nodig is.

Het is spannend, maar zou tegelijk ook iets ontspannend in zich mogen dragen, want wat zou er meer geruststellend kunnen zijn dan de wetenschap dat de Hoogste je Voorziener is?

In Jezus' naam

De discipelen van Jezus werden er op uitgestuurd en kwamen weer bij Hem terug vol blijdschap en verwondering over de werken die ze hadden kunnen doen (Luc 10:17). Dit mag ons bemoedigen. Belangrijk om op te merken is dat het de Heer zelf was die hen op pad stuurde. Een menselijk verlangen om goede werken te doen brengt niet zulke kracht naar voor. De discipelen beseffen dat en staan versteld over de hen toevertrouwde geestelijke gaven tijdens deze reis.

Na Pinksteren kent hun roeping pas een echte markante ommekeer. Er wordt een permanente geestelijke Bron van inzicht en kracht in hen ontsloten. De rijkdom van de Heilige Geest gaat nu voluit in hen leven.

Wat nadien volgt is een werk van God zelf, die door mensen heen bouwt aan een Koninkrijk dat niet van deze wereld is.

Discipel worden

aandacht voor een focus