Ik weet het, het leest een beetje raar. Het vraagt heel onverwacht om iets ongewoons te doen. Toch doe je het, om de zin er van te ontdekken, het onbekende te onderzoeken. Ik heb het woordje “ik” bewust in het midden gezet. Ik heb ook mezelf weer in het midden gezet, want ik had mezelf steeds meer opzij geschoven. Steeds verder weg van wie ik ben, van wat ik kan en wat ik wil. Steeds verder weg, om plaats te maken voor anderen, voor wie zíj zijn en wat zíj willen. Ze hebben me aan de kant geschoven, ze zijn over me heen gelopen, ze hebben me van de kaart geveegd. Platgewalst en uitgevaagd. Zo heb ik daar gelegen. Heel lange tijd gelegen. Maar God heeft mij weer opgericht en liefdevol verzorgd. Hij heeft me toegesproken en bemoedigd, zijn liefde weer aan mij bekend gemaakt. Zo heb ik stilaan weer moed gevat en mezelf weer leren waarderen. Mezelf niet boven anderen te verheffen, maar ook niet onder anderen te verlagen. Ik heb een plaats, evengoed als al die anderen. (Zij weten het niet altijd beter dan ikzelf.) Ik mag zelf ontdekken wat er in mijn leven kán en wat ik van mijn leven maak, of maken laat. Ik zet mezelf weer op de kaart. Niet ánderen in mij, maar Gód in mij. Zo leer ik steeds te beginnen met wat God in mij heeft ingelegd. “Ik” mag weer bestaan en “ik” heeft weer een plaats gekregen. Vanuit mijn binnenste groeit mijn leven weer naar buiten toe,

waar ik anderen weer ontmoet.

Alle tekst en beeld : (C) Marc Meysmans (tenzij anders vermeld)

inkijk

marckant.be

Ik en de anderen ... (2005)

De originele tekst is opgeschreven in spiraalvorm. Om hem te lezen moet je het blad ronddraaien.

beeld wordt geladen ...